Henk Wesselius – Broad Peak

Op 16 juli 2019 bereikte Henk Wesselius op de achtduizender Broad Peak (8047 m) een hoogte van ca. 8035 meter op de topgraat, halverwege de voortop (de markante rocky summit op 8030 meter) en de hoofdtop (de haaietand).
Na de rocky voortop is het anderhalf uur op en af kronkelen over een lastige corniche-graat tot de hoofdtop, over een lengte van circa 200 meter. Henk was daar samen met Jangbu Sherpa (Patle – Solo-gebied Nepal), ze waren de enigen. Het tweetal is tot een markante bult op de graat gekomen, zijn daar gestopt en hebben foto’s genomen. Hoe het kan dat ze niet verder zijn geklommen naar de hoofdtop, een stuk van naar schatting 30 à 40 minuten? Die vraag had ik uiteraard ook. Maar als geen ander weet ik dat het vanaf zeeniveau makkelijk praten is. Op 8000 meter denk je niet helder en kun je afstand, hoogteverschil en moeilijkheidsgraad minder goed inschatten. Dat beinvloedt je beslissingen. Beide mannen waren ervaren (Jangbu o.a. top K2 en 20x Everest)… en het is een heel verhaal waarom ze op deze bult zijn gestopt, maar we willen geen excuus opvoeren. Het eindresultaat is de topgraat op 8035 meter.
Feit is overigens dat afgelopen weken meerdere klimmers tot dit punt op de graat (of tot de eerdere rocky fore summit) zijn geklommen, en niet verder.

Henk heeft met deze beklimming een topprestatie neergezet, al is er flinke teleurstelling dat hij nét niet op die hoofdtop gestaan heeft. Dat is trouwens nog geen enkele Nederlander gelukt op Broad Peak. Volgens de database van Jurgalski kwamen eerder vier Nederlanders tot de markante rocky voortop: Ronald Naar (1983),  Wytze Rijke (2001), Wilco van Rooijen (2006) en Eelco Jansen (2009).
Voor een indruk van het terrein: de Amerikaan David Roeske plaatste in 2018 deze opname op zijn instagram account (vlak onder de voortop).
De berg Broad Peak, gelegen in het Pakistaanse Karakoram-gebergte tegenover de beruchte K2 (8611 m), behoort tot de veertien ‘achtduizenders’ op deze aardbol. Qua hoogte is het de nummer 12 van de wereld.

Henk maakte deel uit van een commerciële expeditie. De weersomstandigheden in de Karakoram waren afgelopen klimseizoen uitstekend. In dat opzicht zat het mee en zijn we dankbaar! Een groot verschil met de omstandigheden die we in 2004 hadden op de naburige Gasherbrum 1, waar we pas zes weken na aankomst bij de berg, in een derde poging de top bereikten.

Vanuit het ‘basiskamp’ in Salland had ik dagelijks contact met Henk en ik ben trots op deze kanjer, die dit met z’n 59 jaar toch maar geflikt heeft. En vooral ben ik dolgelukkig dat mijn maatje, man en geliefde weer veilig terugkeert naar huis. En we weer samen kunnen hardlopen, klimmen en mooie tochten maken.

N.B. Eerder beklom Henk Wesselius de achtduizenders Gasherbrum 1 (8068 m) en de Manaslu voortop (8130 m), beide Nederlandse primeurs. Verder de markante bergreuzen Alpamayo (5974 m), Khan Tengri (6995 m) en Ama Dablam (6856 m). Op Mount Everest reikte Henk in de Nederlandse expeditie van Hans van der Meulen (jaar 2000) tot 8600 meter.
Met grote dank, ook deze keer weer, aan onze sponsor en partner Kathmandu Outdoor!

N.B./2. Onderstaande foto’s tonen:
– de ene terugkijkend naar de K2 (8611 m) en de rocky fore summit vanaf de ‘bult op de graat’;
– de andere richting de hoofdtop (de haaietand) met daarachter het Gasherbrum-massief;
– de ‘bult op de graat’ met Jangbu, waar de foto’s met de vlaggen genomen zijn (terugkijkend nadat Henk nog een stukje de graat vervolgde).
Het eindpunt van Henk en Jangbu betreft hetzelfde punt dat omschreven wordt door Mingma Gyalzen Sherpa van Imagine Nepal op zijn facebook pagina. Het is bijzonder jammer dat we dit bericht niet eerder hebben ontdekt.

Mondiavisueel theatertour

De brochure is uit van het Mondiavisueel theaterseizoen 2019/2020. Op de website was het programma al eerder gepubliceerd, maar de uitgebreide brochure valt bij velen nu ook door de brievenbus. In vervolg op mijn Nepal Traverse voorstelling, zal ik komend seizoen participeren met het beeldverhaal Manaslu2 – berg van de ziel (8163 m), over onze dubbelexpeditie naar de achtduizender Manaslu.

Het nieuwe programma belooft veel: de andere sprekers zijn Jolanda Linschooten (van Kust naar Kust 2), Danielle Braun (Verre volkeren dichtbij) en Eric Schuijt & Carla van Tatenhove (Zuid Amerika op de pedalen). Tot 1 augustus gelden early bird prijzen.

Data voorstelling Manaslu2 

05 maart 2020 – Alkmaar – Theater de Vest

06 maart 2020 – Doetinchem – Schouwburg Amphion

09 maart 2020 – Rijswijk – Rijswijkse schouwburg

12 maart 2020 – Houten – Theater aan de Slinger

17 maart 2020 – Steenwijk – Schouwburg de Meenthe

25 maart 2020 – Oosterhout – Theater de Bussel

Meer informatie en kaarten bestellen: via Mondiavisueel of rechtstreeks via de betreffende theaters.

Drukte op Mount Everest

Afgelopen week was Mount Everest (8848 m) volop in het nieuws met de filefoto van Nirmal Purja Sherpa (Nimsdai) hoog op de berg. Ik kon er nauwelijks naar kijken, kon het ook nauwelijks geloven. Bovendien een levensgevaarlijke situatie, op die smalle graat op 8800 meter, ver in de Zone des doods. Ik ben diverse malen geraadpleegd afgelopen weken om mijn mening te geven.

Zelf stond had ik op Hemelvaartsdag 1999 (13 mei) op het hoogste punt van de aarde. Een indrukwekkende ervaring. Wij klommen die dag met ruim 20 klimmers naar de top (zie bovenstaande foto die ik nam vanaf de zuidtop). Ik stond uiteindelijk op de kroon van Chomolungma (moedergodin van de aarde) met een man of acht. Zelfs heb ik het voorrecht gehad er naar een minuut of tien alleen te hebben gestaan, een bizar gevoel. Meer over onze expeditie op de Everest-pagina van deze website.
Van 1953 – 2000 bereikten totaal zo’n 1100 mensen de top van Everest, via 16 verschillende routes. Afgelopen seizoen waren het er via de Nepalese normaalroute alleen al zo’n 800. Er waren maar liefst 380 permits afgegeven aan westerlingen (een record), en iedere klimmer is tegenwoordig verplicht om een Nepalese klimmer/gids in te huren.
Gemiddeld gezien zijn er in een seizoen 6-11 geschikte topdagen. Dit jaar waren het er slechts zes. En als er dan een recordaantal klimmers in het basiskamp zit te wachten op goed weer, is het natuurlijk niet gek dat het druk wordt. Dan komt alles samen in de bottlenecks. Dat zijn op de normaalroute aan de zuidkant de lastige stukken in de Khumbu-ijsval (op ca 6000 meter) en het laatste stuk van de zuid-oostgraat vlak voor de top. En hoe meer onervaren klimmers, hoe meer opstopping er zal zijn. Het is net als in de spits op de snelweg met een wegversmalling.
De kans op een file aan klimmers wordt groter naarmate met meer mensen, minder goed weerdagen, en er meer onervarenheid. Onervaren klimmers zijn niet alleen langzamer en minder behendig op de lastige stukken, ze gebruiken vaak ook al zuurstof vanaf kamp 2 op 6500 meter. Dat impliceert echter dat je eigenlijk niet goed genoeg geacclimatiseerd bent aan de hoogte en het zuurstoftekort. En dus als je zuurstoftank dan leeg raakt (en die kans wordt groot als je lang staat te wachten), word je niet alleen nog langzamer maar de kans op bevriezingen en ernstige hoogteziekte is levensgroot.

Let wel, klimmers begeven zich vrijwillig in deze situatie. Toch zou er in mijn ogen iets gedaan moeten worden aan deze gekte:
– Aantal klimmers maximeren
– Eisen invoeren aan de organisaties die commerciele everest expedities aanbieden
– Eisen stellen aan klimmers
– Eis loslaten dat elke klimmer een eigen Sherpa moet inhuren
– Stimuleren dat zuurstofverbruik pas later wordt ingezet.

Maar hoe zou dit ingevoerd kunnen worden? Dat is de grote vraag, zeker in een land als Nepal. Derhalve is het te hopen, na het zien van de beelden dit jaar, en het trieste resultaat van 11 doden (in absolute zin hoog, maar in procentuele zin niet uitzonderlijk), dat de sector en de klimmers zelf hun verantwoordelijkheid nemen. Wat zeker is, dat de Everest haar magie niet zal verliezen. Het is en blijft de hoogste berg ter wereld. Hetzelfde geldt voor de Mont Blanc, ook daar is het toerisme, met 25.000 klimmers per jaar, uit de hand gelopen. Ook dit noopt tot maatregelen. Gelukkig kun je als klimmer, als je niet van drukte houdt, nog duizenden andere bergen beklimmen, waar het stil of rustig is. Want de kern van de bergsport is (voor mij) juist één worden met de natuur.

Het viel niet mee om een genuanceerd beeld in de media te schetsen. Er is immers geen tijd om te nuanceren, en het gaat toch vooral vaak om hijgerig nieuws. Maar goed, hier wat links:

Luister terug:
– NPO Radio 1 op 30 mei – Hemelvaartsdag 1999 Moedergodin van de aarde – NPO Radio 1 ‘Nieuws en Co’ van 30 mei om 17:17u https://www.nporadio1.nl/nieuws-en-co
– NPO Radio 1 op 29 mei – Podcast ‘De dag’ (nr 338), samen met Frits Vrijlandt  https://www.nporadio1.nl/podcasts-uitgelicht/16755-podcast-de-dag-moet-de-mount-everest-exclusiever-worden
Lees terug:
– NOS 24 mei: digitaal nieuws
– Digitaal RTLZ 24 mei: digitaal nieuws
– RTL Nieuws 24 mei: digitaal nieuws 

Een mooi achtergrondartikel is dat van Ash Routen op UKClimbing.com

Expeditie Award Herman Plugge

Nederlands meest prestigieuze expeditie award is de ‘Herman Plugge Irish Coffee Award’. Herman Plugge was in 1986 de expeditieleider van de Nederlandse expeditie naar de Mount Everest. Tevens was hij mede-eigenaar van de (toenmalige) outdoorwinkel Demmenie Sport.

Jaarlijks is er op uitnodiging een samenzijn bij Herman Plugge thuis. Een bijzondere avond met gepassioneerde expeditieklimmers, waarin de expedities van het afgelopen jaar via beeldpresentaties de revue passeren. De avond wordt afgesloten met Irish Coffee, terplekke bereid door de heer des huizes. Uit de geleverde prestaties wordt sinds 2000 de meest spraakmakende expeditie verkozen, sinds 2000 aangeduid en letterlijk verbeeld via de ‘Herman Plugge Irish Coffee Award’.

De winnaars van de expeditie award van dit jaar zijn Bas Visscher en Danny Schoch voor hun eerstbeklimming van de Kachqiant (6015 m) in de Hindu Rai (Noord-Pakistan) van afgelopen zomer. Een spectaculaire topprestatie in een ongerept en onbekend gebied. Meer informatie over deze expeditie op het blog van Bas Visscher.

De indrukwekkende eerstbeklimming van de noordwand van de Pik Alexandra (5290 m, TD+) in Kirgizië door Wout Martens en Line van den Berg (via de NKBV Expeditie Academie 2018) werd bekroond met de ‘No guts no glory’ award. Eveneens een hoogstaande beklimming die internationaal aandacht kreeg. Meer informatie via de webpagina van de NKBV.

Avontuur Dolpo Ghemi La

Onlangs exploreerden we vier weken Upper Dolpo (met Ghemi La 5800 m, lokaal ook wel Ser La genoemd) komend vanuit Upper Mustang (met Teri La 5700 m), twee bergpassen in de Nepalese Himalaya die niet tot nauwelijks worden bezocht. Een flink avontuur, dat we ondernamen met onze Nepalese vrienden Chhiree Sherpa en Lal Bahadur (LB), een klein en vertrouwd team. Wendbaarheid en teamgeest verzekerd! We trokken na de Ghemi La verder via Charkabot over de Mola La, via Shimen naar Seldang. En ten slotte over de Sela La en Nagdalo La naar Phoksundo.
Het noordelijke stuk in Dolpo was deels bekend terrein, gezien ons eerdere Great Himalaya Trail avontuur.
De eerste week in Nepal waren we trouwens in Helambu, om een aantal wederopbouw projecten te bezoeken. We liepen meteen in en konden zo alvast wat acclimatiseren.
Voor meer nieuws over de ondersteuning aan Nepal, zie het bericht van 28 oktober jl op deze website.

The impossible ridge

Wil je als bergbeklimmer een grensverleggende beklimming doen, dat moet je het zoeken in een grote traverse, een snelheidsrecord of een nieuwe route. Zoals de (noodlottige) poging in 2017 van topklimmer Ueli Steck om de traverse Everest-Lhotse-Nuptse te volbrengen. Ook staat de mega-traverse van het Kangchenjunga massief, de op twee na hoogste berg ter wereld, nog steeds open.
Qua snelheidsrecords werd afgelopen juni de barrière van 2 uur geslecht op de 900 meter hoge rotswand El Capitan (route Nose) in Yosemity. De route werd door Alex Honnold en Tommy Caldwell geklommen in 1:58 uur. Het record is gestaag verbeterd, in 2007 was het met 2:45 uur nog in handen van de Duitse broers Alex en Thomas Huber. Deze laatste hoopt nu, met drie teamgenoten, een huzarenstukje uit te halen op de Latok 1 (7145 m) in de Pakistaanse Karakoram.

In 1978 was er de legendarische expeditie met Jeff Lowe. Het team kwam tot honderd meter onder de top via de noordgraat. Hoogteziekte dwong het team acuut af te dalen. Ze brachten ruim 20 dagen onafgebroken door op de graat! Jeff Lowe noemt de 2500 meter lange noordgraat ‘the unfinished business of the last generation climbers’.
De top van de zevenduizender Latok I werd in 1979 voor het eerst bereikt door een Japans team, via de ‘eenvoudigste’ route, de oostgraat. Hier is het bijna veertig jaar bij gebleven. Er zijn tientallen pogingen gedaan de top opnieuw te bereiken, via andere routes en met name de spectaculaire noordgraat. Tevergeefs. Tot een paar weken geleden.

Eerst was er in juli de dramatische poging van twee Russen, die een hoogterecord bewerkstelligden op de noordgraat en tot 6975 m kwamen. De expeditie eindigde noodlottig met de dodelijke val van Glazunov. Zijn maat Alexander Gukov zat dagen vast op 6000 meter, en kon ternauwernood door een helicopter worden gered.
Pal daarna was er expeditie van een drietal met de Brit Tom Livingstone. Dit hechte team realiseerde de tweede succesvolle beklimming in de geschiedenis door op 9 augustus 2018 de top te bereiken. Ze klommen 2/3 deel van de noordgraat en traverseerden daarna via een col naar de zuidwand en klommen zo het laatste stuk naar de top. Een fenomenale teamprestatie!

De noordgraat als geheel blijft ondanks dit succes nog steeds maagdelijk. Zal het Thomas Huber en zijn team komende weken lukken deze beklimming te volbrengen? Zij hopen te klimmen via de noordgraat of de noordwand en besluiten terplekke wat haalbaar is. De Latok is niet nieuw voor Thomas Huber. In 1997 beklom hij met z’n broer Latok II, en in de afgelopen jaren deed hij twee eerdere pogingen op Latok I. Ze zijn te volgen via facebook/instagram onder Huberbuam.

N.B. The BMC maakte onlangs voor vertrek van Tom Livingstone een mooi stuk over de  klimgeschiedenis op Latok I.

Vaarwel Lama Geshe

Afgelopen week overleed Lama Geshe. Kort na Elisabeth Hawley. Daarmee heeft de klimwereld opnieuw een statuut verloren. Honderden klimmers ontvingen de zegening van Lama Geshe voordat zij van start gingen op Everest en andere bergen in de Kumbu (het Everest-gebied). In eerste instantie alleen de lokale Sherpa’s, maar vanaf de jaren negentig gingen ook Westerese klimmers bij hem langs voor een puja.
Alan Arnette schreef een prachtige ode op zijn website.

Zelf ontmoette ik de Lama vier keer in zijn huis en gompa in Pangboche (3900 meter). Drie keer ontving ik een zegening. De eerste keer was in 1999, voor mijn Everest-beklimming. Ik schreef er een passage over in mijn boek Hoog spel, waarvan hier een kort stukje:

 “1 april 1999. Als ik de religieuze ruimte nader, hoor ik dat de lama wederom diep in gebed is. Voorzichtig schuif ik het zware fluwelen gordijn opzij, dat dienst doet als deur. Ik blijf stilstaan. Wat een helle kleuren. De gehele wand is beschilderd met rood, oranje, groen en blauw en overal staan religieuze voorwerpen. De lama kijkt op en knikt. Zachtjes loop ik op mijn sokken naar voren, ik buig diep en overhandig de witte kata, de sjaal die ik eerder kreeg van Ang Rita. Ik ga zitten op een van de kussens en kruis mijn benen onder me. De ceremonie begint. De lama zegt eindeloze gebeden op, terwijl ik me concentreer op de weken die komen gaan. Chomolungma, de gevaren, het team, mijn gezondheid. Ik voel me rustig. Aan het eind van de ceremonie offeren we onder meer rijst en bloemblaadjes en nuttigen we rakshi, de plaatselijke alcoholdrank, en donkere meelachtige bolletjes. Even slikken. Ik herinner me de smaak van vorig jaar. Ranzig.

Bij mijn vertrek hangt de geestelijke mij een nieuwe kata om de hals en overhandigt mij een kaart met een afbeelding van de ‘History of Chomolungma’. Binnenin staat mijn naam in het Tibetaans, plus zijn zegen voor de beklimming. Lama Geshe kijkt me liefdevol aan en knikt. ‘Je kunt gaan,’ zegt hij, ‘maar wees voorzichtig. Luister goed naar jezelf. Als je vertrekt voor de toppoging, richt deze kaart dan naar de Everest en concentreer je op de tocht. Draag hem tijdens de beklimming op je linkerborst.’ Ik hoor de vertaling aan en ben ontroerd.

Buiten kijk ik naar Chomolungma. Steeds dichterbij, maar toch nog zo ver weg. Vanmiddag was het een tijdje bewolkt, maar intussen is de lucht strakblauw. Ik zie een grote windvaan, de bekende wolkachtige sliert vanaf de top, alsof de Godin haar adem uitblaast. Ik voel me gelukkig.”

De kaart heb ik de hele topbeklimming op zak gehad, ik vond hem zojuist in mijn papieren. Zo waardevol. Ergens moet ik zelfs nog een dia hebben waarop ik op de top sta, met de kaart in beeld. Die moet ik hoognodig eens opzoeken en digitaliseren.

Dat Lama Geshe voor nu mogen rusten in vrede.

Elizabeth Hawley/Elisabeth Revol

Afgelopen week stond het nieuws in de bergsportwereld in het teken van 2x Eliz(s)beth: de Amerikaanse Elizabeth Hawley en de Franse Elisabeth Revol.
Journaliste Elizabeth Hawley overleed op 26 januari 2018 op 94 jarige leeftijd in haar woonplaats Kathmandu. De bergbeklimster Elisabeth Revol werd 2 dagen later op miraculeuze wijze gered van de flanken van de achtduizender Nanga Parbat (8125 m).

Elizabeth Hawley
Een legende in de wereld van het Himalaya klimmen is van ons heengegaan; de journaliste Elizabeth Hawley. Hoewel ze nooit een berg heeft beklommen, kende ze alle details van de grote beklimmingen in Nepal. Elke expeditieleider sprak voorafgaand en na afloop met haar over de expeditie. Zij was een fenomeen en kwam langs in haar lichtblauwe Volkswagen Kever bij je hotel. Vanaf de eerste seconde stuurde ze een spervuur aan vragen op je af omtrent het expeditieverloop. Als er iets niet klopte in een topverhaal, met feiten die ze kende van eerdere expedities, confronteerde ze klimmers daarmee. Hiermee ontmaskerde ze soms ook overdreven prestaties. Alle feiten tekende ze op, in eerste instantie op papier en later in de digitale Himalayan Database. Deze database, die ruim 200 euro kostte, kon iedereen kopen, waarmee je over een schat aan informatie beschikte over expedities naar zo’n 300 bergen in Nepal. Voor mij was dit een belangrijk onderdeel van de voorbereiding op onze eigen expedities. Overigens is de Himalayan database onlangs vrijgegeven, via de website www.himalayandatabase.com.

Ik heb het voorrecht gehad haar zes keer te ontmoeten, na mijn beklimmingen van Mount Everest en Ama Dablam, en daarna nog drie keer uitgebreider als expeditieleider in verband met Dhaulagiri en Manaslu. De laatste keer sprak ik haar na onze Great Himalaya Trail door Nepal, heel bijzonder.
Haar database werk zal worden voortgezet door Billi Bierling. Op haar FB-tijdlijn is dan ook veel te vinden over Mrs. Hawley, van de vele media-uitingen van afgelopen week. Hier een selectie:
Nepali Times: nieuwsbericht door Kunda Dixit en Ode door Lisa Choegyal;
Artikel op Alpinist.com (door auteur biografie over Hawley ‘Keeper of the mountains’);
Via Rock and Ice (Billi Bierling);
Radio NPO1 – Nieuwsweekend (27 januari jl).

 

Elisabeth Revol
Samen met de Pool Thomasz Mackiewicz bereikte het duo op 25 januari de top van de Killer Mountain Nanaga Parbat, via de Kingshofer route, een fabuleuze prestatie. Ze waren het enige team op de berg en klommen slechts met z’n tweeen. Voor Thomasz was het de 7e poging in de winter, voor Elisabeth de derde poging. Het is de tweede keer in de winter dat de top van de Nanga Parbat gehaald is, en nog nooit eerder beklom een vrouw in het koudste seizoen een achtduizender. Maar het succes was van korte duur. Door de mist had Thomasz zijn sneeuwbril afgedaan en raakte sneeuwblind in de afdaling, en kreeg bovendien steeds meer last van hoogteziekte en bevriezingen. Het tweetal bracht de nacht van 25/26 jan. door in een gletsjerspleet. In de loop van de nacht begon Thomasz bloed te spuwen, een teken van ernstige hoogteziekte, en raakte vervolgens buiten bewustzijn. Elisabeth is daarop alleen verder gaan afdalen en werd in de derde nacht (27/28 jan) gered door de topklimmers Denis Urubko en Adam Bielecki. Deze mannen klommen op de K2, zijn via een helikopter opgehaald en aan de voet van de Nanga afgezet. Daarna klommen ze in een recordtempo omhoog: 1250 meter in ruim 7 uur en dat op 6000 meter in het donker via een zeer steile, moeilijke route. Een onvoorstelbare topprestatie, die mogelijk was dankzij hun ervaring en kracht, feit dat ze deze beklimming eerder volbrachten  en de moderne gps-techniek.
De ware teamgeest onder de bergsporters zegeviert met deze spectaculaire redding, hoewel de gebeurtenis wordt overschaduwd door het overlijden van Thomasz. Ook voor Elisabeth is het drama nog niet voorbij, gezien de mogelijke amputatie van haar vingers en linkervoet. Ik duim dat intense behandeling in het ziekenhuis effect sorteert voor deze topklimster.

O.a. Alan Arnette berichtte uitgebreid via zijn blogs;
Ook in Ned en Belgie is gepubliceerd over de gebeurtenissen.

Animatie Everest beklimming

Op 25 mei j.l. werd ik benaderd door NOS op 3 of ik wilde meewerken aan een animatie in Google Earth van de Everest beklimming. En wel van de normaal route vanaf de Nepalese kant, dus de route via Zuidcol (kamp 4) en de zuid-oostgraat naar de top op 8848 meter. Kortom, dezelfde route als die van eerstbeklimmers Norgay Tenzing en Edmund Hilllary (1953). Het is ook de route die ik zelf klom als deelnemer in een internationale expeditie in 1999.

Na 1999 ben ik nog zes keer in het Everest-gebied geweest: één keer voor de beklimming van Ama Dablam, één keer voor de Nepal Traverse en vier keer om er te acclimatiseren voor andere expedities. Daartoe leent het gebied zich uitstekend, gezien de prachtige natuur, de hoogte en goede infrastructuur & lodges.

Samen met Jurjen IJsseldijk en een vormgever van NOS op 3, brachten we de gehele aanloop en beklimming van Mount Everest in beeld, met toevoeging van een paar foto’s (ietwat gedateerd;)))
Hier de link naar de betreffende web-pagina van NOS op 3 van 25 mei 2016 (inclusief nieuws en extra info).

Onderstaand de animatie in Google Earth:

 

Waarom beklim je bergen?

De laatste tijd zijn drie ‘achtduizenders’ uitgebreid in het nieuws geweest: Manaslu met de expeditie van de Nederlandse mariniers en de dramatische gebeurtenissen op Everest en rondom Dhaulagiri: het overlijden van Eric Arnold (20 mei) en de vermissing van Christiaan Wilson sinds 17 mei, naar wie nog steeds wordt gezocht.
“Waarom in hemelsnaam beklim je die hoge joekels?” is me de afgelopen weken veelvuldig gevraagd.

Wel, de basis is mijn passie voor de bergen:
de majestueuze natuur: het maakt me gelukkig er te zijn. Zo puur, zo krachtig, de grote contrasten. Je realiseert je in de bergen hoe nietig je bent. Het is leven op ‘t scherpst van de snede en juist daardoor voelt alles intenser;
het heldere doel: de top. Ook de tussendoelen zijn duidelijk: de volgende berghut, of het volgende kamp;
de fysieke inspanning: ik houd van het lopen en klimmen. De simpele manier van leven en alles in de rugzak;
reflectie: door de fysieke inspanning en de stilte, verdwijnt alle ruis uit mijn hoofd. Ik kan in de bergen reflecteren op het leven. En zie ik weer wat belangrijk voor me is;
de onderlinge verbondenheid: deze ontstaat door de extreme omstandigheden, je bent afhankelijk van elkaar. En iedereen loopt tegen zijn grenzen aan; je leert jezelf en elkaar dus door en door kennen en dat verbindt intens;
de beloning van de top: samen op een top staan, is voor mij het mooiste dat er bestaat. De echte ontlading komt overigens pas beneden, eenmaal veilig terug;
extra waardering: voor de ‘normale’ dingen in het leven: als ik, na alle ontberingen en het afzien, weer thuiskom. Of terugkom in het basiskamp of de berghut. Het is dan genieten van de warmte, van het goede eten en de luxe. Wat ik in het gewone leven normaal vind, waardeer ik ineens zoveel meer.

Of ik bovenstaande niet ook kan vinden in de Alpen? Zeker!! Waarom dan naar die gevaarlijke 8000+ bergen? Inderdaad, je zou het een wat uit de hand gelopen passie kunnen noemen.

Wat me aantrekt in die hoge bergen is niet het gevaar. Het is wel het avontuur, het grootse project. En dat begint al bij de maandenlange voorbereiding in Nederland. Daarna is er de reis naar het land met z’n andere cultuur, de tocht naar de berg, en tot slot de beklimming zelf in al z’n facetten met je team. En niet te vergeten het leven in het basiskamp, als een soort onthaastingskuur. Boven 7500 meter wordt het echt extreem, het heet niet voor niets ‘zone des doods’. Hier kun je het hooguit een paar dagen volhouden. Het is leven op de grens, en dus moet je ontzettend goed naar binnen kunnen kijken, of je je grenzen nog kunt verleggen én wat je echte limiet is.
Een expeditie naar 8000 meter is het leven in een notendop, met al zijn hoogte- én dieptepunten. Je leert jezelf zo goed kennen, iets wat bepaald niet altijd makkelijk en plezierig is. Deze expedities zijn één grote leerschool in groei, persoonlijk leiderschap en teamwork. Om beter te leren omgaan met je eigen grenzen, valkuilen en allergieën, en beter te leren samenwerken. Spiritueel gezien misschien wel: in het worden van een ‘beter’ mens.

Bij zeer hoge en uiterst moeilijke bergen komt er een forse portie ambitie bij. En dus zoals bij elke topsport: focus, discipline, doorzettingsvermogen, veerkracht etc. Het is de top die lonkt! Voor Mount Everest geldt dat dubbel en dwars: het is de aantrekkingskracht op dat hoogste punt van de wereld te staan. Ook mij trok dat aan in 1998. Wat me toen al tegenstond was de drukte en commercie, maar de aantrekkingskracht overwon. Op 13 mei 1999 was het zover en stond ik op het dak van de wereld, samen met elf teamgenoten. Totaal zouden die dag 25 klimmers de kroon van Everest bereiken, 8848 meter hoog. Het was een machtige ervaring.
De aantrekkingskracht van de hoogste bergen zal altijd blijven: de hoogste top van een land, van een continent. En daarom zal het er altijd drukker zijn dan op andere bergen. En daarmee is dit tevens de reden dat een ‘Seven Summits project’ mij persoonlijk nooit heeft aangetrokken.

De drukte en commercialiteit op deze hoogste bergen (en dus op Mount Everest) neemt steeds verder toe. Dat leidde afgelopen seizoen tot de krankzinnige situatie dat er op één dag tegen de 200 klimmers de top bereikten. Ik vind het een weerzinwekkend idee om met zoveel mensen op een berg te klimmen. Maar niet alleen dat, het leidt ook tot extra risico’s. Door het onderlinge wachten, lopen klimmers extra gevaar: bevriezingen, hoogteziekte en op een eventuele weersomslag. Bovendien neemt de irritatie en stress toe, waardoor klimmers sneller uitgeput raken of een fout maken.
Kortom, ik vraag mij inmiddels serieus af: waarom zou je nog naar Everest gaan? Maar ik realiseer me ook dat ik makkelijk praten heb. Ik heb het voorrecht gehad eerder op de top van de Chomolungma (‘moedergodin van de aarde’) te hebben gestaan.

Gelukkig zijn er nog zoveel andere bergen in de wereld! Waar het stil is. Trouwens ook op Everest, als je een andere route kiest. Maar die zijn technisch lastiger en alleen weggelegd voor een paar elite klimmers in de wereld. Zoals er ook in de Alpen en andere gebergtes, technisch makkelijke en moeilijke beklimmingen zijn. Het mooie van de bergsport is, dat iedereen de sport op zijn eigen niveau kan beoefenen! En daarmee kan ieder zijn doelen en dromen verwezenlijken.

Film EVEREST

Katja Staartjes: “Onlangs is de film EVEREST uitgekomen, van de IJslandse regisseur Kormakur. Het is een geromantiseerde film over het waargebeurde Everest-drama van 1996. Hierover zijn verschillende boeken verschenen waaronder Into Thin Air van John Krakauer. Ik krijg veel vragen over de film…
Ik vind het een indrukwekkende film. Geweldig, de 3D-opnamen van de Everest zelf en de omgeving. Een beetje alsof ik de beklimming zelf opnieuw maakte; in 1999 klom ik via dezelfde route (de Nepalese kant, via zuid-oostgraat) naar de top. De scenes met de klimmers zijn duidelijk op een andere plek opgenomen, maar toch is het knap weergegeven.
Al met al laat de film wel een negatief beeld achter van de bergsport op Everest. En dat klopt grotendeels ook. Als eerste zou ik willen stellen dat de film ‘Everest’ niet representatief is voor de bergsport. Zoals ook het daadwerkelijk klimmen op de hoogste berg ter wereld niet representatief is voor de bergsport. Helaas is op Everest (op de twee normaalroutes) bijna alles vercommercialiseerd, en het wordt helaas alleen maar erger. Zoals dat ook het geval is op de Mont Blanc. Alleen daar is de invloed van de hoogte minder desastreus op het menselijk lichaam.

Vraag blijft staan: komt dit verhaal overeen met de werkelijkheid? Ja, behoorlijk. Ik was uiteraard niet bij de expeditie van 1996, waarin dit verhaal speelt. Ik vind echter dat veel aspecten van het commerciele klimmen op Everest (georganiseerd/geleid door een betaald bureau/gidsen) goed in beeld worden gebracht:

  • De invloed van de commercie en competitie tussen de teams: de noodzaak publiciteit te hebben, en daarin goed voor de dag willen komen met zoveel mogelijk topsucces. Beter willen presteren dan de ‘concurrent’. Dit is overigens in andere sporten niet anders, alleen in 1996 was dit iets nieuws in het klimmen op Mount Everest. Gezien de grote risico’s van de beklimming brengt dat extra nadelen mee.
  • De verschillen tussen de expeditie-outfitters. Rob Hall (Adventure Consultants) versus Scott Fischer (Mountain Madness), waarbij de laatste ervan uitging dat je zelfstandig moet kunnen functioneren op de berg.
  • Dat ook gidsen en topklimmers last kunnen krijgen van extreme hoogteziekte; dit wordt Scott Fischer fataal.
  • Dat er klimmers op Everest komen, die daar qua klimervaring niet thuis horen. Dit is een kwalijke zaak, maar helaas wel de waarheid. En het wordt steeds pregnanter met het verder toenemen van de drukte de laatste jaren. Overigens ingewikkeld hoe je dit zou moeten reguleren: wie wel en niet weigeren? En wie beslist dat?
  • Door de aanwezigheid van meerdere teams, de noodzaak om onderling afspraken te maken over de logistiek. Rob Hall nam hiertoe het initiatief, wat nieuw was in het expeditie-klimmen. Het Zuid-Afrikaanse team haakte hierop af. Inmiddels is afstemming gemeengoed geworden op de bekende achtduizenders, en met name op Mount Everest. Hier worden ook kostenafspraken over gemaakt.
  • De kracht van een storm op hoogte.
  • Hoe lastig het is om de logistiek goed voor elkaar te hebben hoog op de berg: wachten op touw; iedereen functioneert slecht, dus je vergeet snel wat is afgesproken. En het is een gigantische klus om vast touw aan te brengen (tegenwoordig wordt dit door de Sherpa’s gedaan en pas daarna mogen Westerse klimmers omhoog). Ook de logistiek rondom zuurstof maakt duidelijk hoe lastig dit te organiseren is op hoogte. En als klimmers zonder komen te zitten, hebben de meesten een gigantisch probleem. Zelf zou ik overigens willen pleiten voor stoppen van zuurstofgebruik op achtduizenders, maar dat is een separate discussie en commercieel niet haalbaar (daarop haakt bijna iedereen af).
  • Tot slot, de kracht van de liefde. En daarbij de pijn, die hoort bij verlies. Het verlies van klimmers die er zelf voor kiezen naar Everest te gaan en het risico dus bewust nemen.

Overdreven in de film zijn scènes waarin gedanst wordt in het basiskamp en alcohol gedronken. Ook lijken de karakters van Scott en Rob tbv de film uitvergroot.
Verder wordt de indruk gewekt dat deelnemers zelf nog niets weten van het effect van de hoogte, door een soort van college terplekke. Dat gaat me veel te ver, alhoewel ik denk dat deze keuze gemaakt is om de ‘onwetende kijker’ te tonen wat zuurstoftekort met je doet.

Kijkende naar de invloed van de hoogte op het menselijk lichaam, vind ik eea. behoorlijk uitgewerkt: je functioneert simpelweg zeer slecht boven 7500 meter, de ‘zone des doods’. Sterker nog, in werkelijkheid klimmen we de laatste paar honderd meter op de berg nog langzamer; je staat veelal over je pickel gebogen om je op te maken voor de volgende stap. Zo’n 100 meter per uur is de normale snelheid, zonder grote tegenvallers als diepe sneeuw. In de film zie je mensen verder met open jas en bloot gezicht met elkaar praten, wat gezien kou, wind en massaal zuurstofgebruik bijna niet voorkomt. Deze keuze is trouwens begrijpelijk, want anders is er qua gezichtsuitdrukking niets in beeld te brengen.

Wat ontbreekt in de film: de cruciale rol van de Sherpa’s in de expeditie, zowel in het basiskamp als op de berg. Dit is ook wat de weduwe van Rob Hall betreurt. Regisseur Kormakur geeft hierop als weerwoord dat het simpelweg niet lukte om alles in deze 2 uur durende film te ‘stoppen’. Dat kan ik wel begrijpen gezien de hoeveelheid informatie, feiten en mensen die nu al in de film voorkomt, maar toch is het een tekortkoming.

Waarom het uiteindelijk zo ontzettend mis kon gaan op het einde van de film? Dat is ontegenzeggelijk ‘te ver over de grens gaan’. Deelnemer Doug, die allang had moeten omkeren omdat hij te zwak was. Maar ook voor expeditieleider Rob Hall, die voor zijn klant (of de roem?), de absolute deadline qua omkeertijd overschrijdt. Voor gids Scott Fischer, die over zijn persoonlijk grenzen gaat (omdat hij niet achter wil blijven op zijn concurrent Rob?). En dan uiteindelijk de allesverwoestende storm, die het voor de afdalers onmogelijk maakt het kamp terug te vinden.
Het maakt eens te meer duidelijk dat je Everest niet kunt bedwingen; de berg en de natuur hebben altijd overwicht. Wij mensen zijn slechts nietige wezens. En als je daar als klimmer niet goed op inspeelt en niet goed naar binnen kijkt, betaal je een hoge prijs.

Persoonlijk verafschuw ik commercie en drukte op een berg. Toch ben ook ik gevallen voor de aantrekkingskracht van de Chomolungma (moedergodin van de aarde), zoals Everest wordt genoemd. Het blijft de hoogste berg ter wereld. Ik heb geluk gehad dat de drukte in 1999 nog relatief beperkt was: op 13 mei klommen we met ruim twintig klimmers naar de top. Toen ik de beroemde Hillary Step beklom was ik zelfs alleen. Op de top stonden we met een man of acht, prachtig om dit moment te hebben kunnen delen.
Voor mij was het een absoluut hoogtepunt en voorrecht om op de kroon van Chomolungma te hebben mogen staan. Ik heb veel aan Everest te danken. En ik heb mijn klimervaring kunnen uitbreiden om op gegeven moment zelfstandig expedities te ondernemen. Naar bergen waar het geen commercieel circus is. Over de hele wereld zijn zoveel prachtige bergen, in alle soorten en maten. Kortom er blijven altijd uitdagingen en dromen te over voor iedere klimmer! Of je de Everest nu wel of niet hebt beklommen.

N.B. Naschrift: in mei 2016 werd ik benaderd door NOS op 3, om een bijdrage te leveren de tocht naar de top van Everest in beeld te brengen. Zie het betreffende blog op deze website.

Blog151001_Everest_KatjaStaartjes_900

Aardbeving – Einde expeditie

Eigenlijk voor de expeditie goed en wel was begonnen, is deze geëindigd. Katja en Henk vertrokken op 20 april naar Nepal, voor een kleinschalige expeditie naar Gurla Mandhata (7694 m) in West-Tibet. Na een acclimatisatietocht in Helambu zouden ze op 2 mei vanuit Kathmandu naar Tibet rijden. Zo ver is het niet gekomen: op 25 april was er de verwoestende aardbeving. Een groot drama voor Nepal en alle getroffenen.
Katja en Henk bevonden zich op 80 km van het epi-centrum in een van de zwaarst getroffen gebieden.

Persoonlijk hadden zij een engel op hun schouder. Wel zijn diverse Nepalese vrienden van Katja en Henk zwaar geraakt, doordat gezinsleden zijn overleden, vee is omgekomen en huizen totaal verwoest. De nabijheid van de ramp en het leed, en hun betrokkenheid bij het land, maakt dat Katja en Henk zich inzetten voor een donatie-actie. Zij komen terug naar Nederland op 8 mei aanstaande.

Meer informatie op de expeditiewebsite www.gurlamandhata.nl
Updates over de donatie-actie verschijnen op het expeditieblog.

Blog150428_1_ExpeditieAfgebroken_katjastaartjes_IMG0275_900