DHAULAGIRI (8167 M)

WITTE BERG TE HOOG

Dhaulagiri (8167 m) – Nepal – 2006

Nederlandse expeditie, zonder extra zuurstof
Klimteam: Katja Staartjes, Henk Wesselius, Pem Tenji Sherpa en Dachhamba Sherpa
Route: normaalroute (noordkant & noordoost-graat)
Resultaat: hoogste punt 7600 meter (18 mei 2006)
Compleet verslag: www.dhaulagiri2006.nl

De witte berg

De berg Dhaulagiri – de witte berg in het Sanskrit – is de meeste westelijk gelegen achtduizender in Nepal. Het is een markante berg, met aan de oostelijke kant het drukke Annapurna-gebied en aan de westelijke kant een onherbergzaam en wild gebied, waar nauwelijks iemand komt. Deze berg behoort tot een van de meest lawine-gevaarlijke achtduizenders en heeft een lage succes-score: ca. 20% van de klimmers haalt de top.

Enerverende start

Je weet het, op expeditie gaan naar Nepal betekent rekening houden met onvoorspelbaarheden. Het jaar 2006 bleek extreem: er was grote ontevredenheid onder de bevolking over het koningshuis. Verder veroorzaakten de politieke tegenstellingen tussen de Maoïsten en de regerende partijen telkens onlusten en geweld.
Katja: “Vanwege de onrust werd ons afgeraden naar het basiskamp te lopen via de zuidelijke route (Beni). De noordelijke aanlooproute was eveneens uitgesloten, vanwege teveel sneeuw op de French Col (5700 m). Zodoende was het enige alternatief naar het basiskamp te vliegen met een helikopter. Daar moesten we ons even op instellen, niet naar de berg toe lopen, wat voor ons ook een belangrijke spirituele en mentale voorbereiding is in de beklimming. Henk en ik acclimatiseerden zodoende voor via een trektocht in het Everest-gebied.
De daadwerkelijke vlucht naar het basiskamp combineerden we met een Spaans team (met bekenden Carlos Pauner, Willie Barbier en Raquel Perez). We hadden echter pech; de Spanjaarden hadden de eerste vlucht en konden direct landen, maar toen wij met ons kleine team in de daaropvolgende vlucht bij de berg arriveerden, trokken de wolken samen. Een nieuwe poging de volgende dag strandde ook in de mist, dus verbleven we – tandenknarsend – opnieuw in het stadje Pokhara. Hier was het bepaald niet ontspannen: door de onlusten vlogen de rookbommen ons om de oren. Kortom, geen voorspoedige start.

Driemaal is scheepsrecht

Na 2 dagen wachten landden we op 19 april goed en wel in het basiskamp (4750 m). Ook wij konden beginnen met de beklimming! Behalve de Spanjaarden waren er slechts drie andere – kleine – teams op de berg, met wie het goed samenwerken was. Klimronde 1 en 2 verliepen voorspoedig. Sterker nog, we hadden een engel op onze schouders: twee keer  ontglipten we aan een reusachtige lawine Ook met steenslag in de traverse onder de ‘Eiger wand’ hadden we geluk; de brokken vlogen ons af en toe om de oren, maar geraakt zijn we nauwelijks. Deze berg is geen doetje!

Helikopter crash

Na twee weken kwam een mentale tegenvaller: het Spaanse team van Carlos Pauner zag geen heil meer in de beklimming, waardoor de krachtenbundeling in rook opging. Ze lieten zich ophalen. We stonden ze uit te zwaaien, toen het wuiven langzaam aan over ging in ontzetting: de helikopter crashte pal na opstijgen, een schokkende ervaring. De heli was total-loss. Wonder boven wonder waren alle inzittenden ongedeerd.

Toppoging

Een paar dagen later gingen ons team omhoog voor de toppoging. Zoals eerder klommen we met onze twee sherpa’s Pem Tenji en Dachhamba in volledige gelijkwaardigheid qua lasten en taken; het was voor alle vier weer flink bikkelen! Op de steile rotshelling zetten we met veel moeite kamp 3 op (je kunt er nauwelijks verankeren). Van hieruit vertrokken we in de nacht richting top. Op 7600 meter, nog in het donker, besloten Henk en ik om te keren. Iets voelde er niet goed. Was het de gevaarlijke rotsband? De instabiele sneeuw op de graat? De wind die steeds stormachtiger werd? Of misschien de zorg over onze twee Sherpa’s, die ver achterop waren geraakt?
‘Teruggaan!’ schreeuwden alle vezels in mijn lijf. Ik kan het nog steeds niet verklaren, maar er was geen enkele twijfel, het was een ingeving. Het was er niet oké.
Feit was uiteindelijk, dat op deze beoogde topdag niemand de top bereikte: de vier andere klimmers die onderweg waren, keerden ook voortijdig om. Later die ochtend schoot de temperatuur omhoog en in heftig onweer met suizende pickels (de elektrische lading!), daalden we in dikke mist af.
We besloten geen verdere toppogingen te ondernemen, iets was er niet oké dit keer. We keerden terug naar de bewoonde wereld via de prachtige – uiterst wilde – zuidelijke trekkingroute naar Beni. Voor mij een feest van herkenning: in 1994 was dit mijn kennismaking met de Himalaya en raakte ik op slag verliefd.

Is het een goed besluit geweest om af te zien van de top? Dat zullen we nooit zeker weten. Maar op de een of andere manier stonden de sterren niet gunstig tijdens deze expeditie. En gezond terugkeren blijft altijd belangrijker dan de top. Voor mij was het voor het eerst, terugkeren zonder topsucces. Een nieuwe – teleurstellende – maar ook leerzame ervaring. Al met al een indrukwekkende expeditie, op een prachtige (maar gevaarlijke) berg, met volop input voor volgende beklimmingen.”