MANASLU (8163 M) – HERKANSING

HET HOOGST HAALBARE

Manaslu (8163 m) – Nepal – najaar 2008

Nederlandse expeditie, zonder extra zuurstof
Team: Katja Staartjes, Henk Wesselius, kok Lobsang in basiskamp
Route: normaalroute (noord-oostkant)
Resultaat: voortop op 8130 m (3 oktober 2008), Nederlandse primeur. De echte top werd in 2009 voor ’t eerst bereikt door Jan de Lint (via Himex).
Compleet verslag: www.manaslu2008.nl

Herkansing

De expeditie naar Manaslu in het voorjaar van 2008 was een machtige ervaring. En gegeven het feit dat het team bij toeval op Manaslu terecht kwam (een week voor vertrek gingen de grenzen naar Shishapangma in Tibet dicht), was het uiteindelijke resultaat van 7700 meter ook heel behoorlijk. Toch was het een teleurstelling: sterke klimmers en een hecht team, tja en dan geen succes. Maar zo is het op een achtduizender: alles moet kloppen om de top te halen.
Katja: “Ik nam me al snel voor een hernieuwde poging te doen op de ‘berg van de ziel’. Lang zou dat niet duren: 3 maanden later keerde ik met Henk terug. Een nieuwe stap: slechts met z’n tweeën en ondersteund door onze vertrouwde kok Lobsang in het basiskamp. Het was stil zonder onze teamgenoten Miriam, Niels, Menno, Lakpa en Nuru. Maar ook was het spannend, deze nieuwe uitdaging.

Dezelfde berg, compleet anders

Ongelooflijk, hoe een berg in 3 maanden tijd kan veranderen! De Manaslu leek een compleet andere bergreus. Bij aankomst in ‘t basiskamp was er geen sneeuw te bekennen. De gletsjer, waar we eerder makkelijk overheen gingen, was nu verijsd en zat vol spleten. Een deel was zelfs zo onbegaanbaar, dat je bovenlangs door de rotsen moest klimmen. Tot kamp 3 (6700 m) was de route aanzienlijk lastiger dan in het voorjaar, maar daarboven werd het beter: vanaf 7400 meter harde sneeuw in plaats van ijsblokjes-ijs. Er was echter veel geduld nodig om überhaupt zo hoog te komen.

Sneeuw en nog eens sneeuw

Na een eerste succesvolle klimronde is het gedaan met de pret: in 10 dagen tijd viel 4 meter sneeuw! Nooit eerder maakten we zo iets mee. Twee keer gaan we omhoog, slechts met het doel om onze tent in kamp 1 te redden; uitgraven en verplaatsen. Pas op 28 sept zijn de omstandigheden zodanig dat we echt de berg op kunnen. Doel is zo hoog mogelijk komen, en eventueel direct een toppoging doen. We hebben tot dan toe alleen geslapen op 5750 m (kamp 1), bepaald geen ideale acclimatisatie voor een topronde, en helemaal als je zonder extra zuurstof klimt. Toch gaan we het er op wagen.

Topronde

In één push gaan we door: twee nachten op 6400 meter, één nacht op 6700 meter en daarna door naar 7450 meter, telkens ons tentje meenemend. Zonder slag of stoot gaat dit niet. Bij vertrek uit kamp 3 (6700 m) is er grote twijfel over het lawinegevaar. Een Zwitsers team (Kobler) blaast de aftocht, andere teams besluiten een dag te wachten. Na wikken en wegen besluiten wij direct achter het team van Himex aan te gaan, die als eerste omhoog gaat richting 7450 m, hun ijzersterke Sherpa’s voorop.
Met een klein groepje vertrekken we de volgende dag (3 oktober) richting top. Henk en ik houden de klimmers van Himex gedurende de eerste uren nog goed bij, daarna gaan zij – met extra zuurstof – sneller. De sirdar van Himex vraagt of zij ons touw mogen lenen, ze hebben niet genoeg bij zich. Ik geef het af, op voorwaarde dat ze het niet eerder gebruiken dan op de topgraat. Het zou een win-win betekenen: zij kunnen verder, en wij kunnen het touw gebruiken nadat ze het gefixt hebben.

De top?

Op gegeven moment zie ik de klimmers van Himex elkaar omhelzen een stukje hoger op, naar het lijkt, een klein sneeuw-/rotstopje. Ik begrijp het niet: dat is niet de top die ik mij van de literatuur herinner. We hebben uitgebreid foto’s bestudeerd van het laatste topgraatje en het rotsblok aan het einde, als zekeringspunt om op de echte top te komen. Tien minuten later kom ik er aan, via ons eigen touw, dat hier is gefixeerd door onze voorgangers. Het lijkt weliswaar het hoogste punt… maar als je een stukje naar links gaat, zie je dat de berg nog doorloopt. De werkelijke top ligt zo’n 40 meter verder en circa 30 meter hoger. We zijn compleet in verwarring. Hoezo top? En een voortop, daar heb ik nog nooit van gehoord (en Hawley ook niet, naar later blijkt).
Daar staan we dan, samen met het Himex-team, ze hebben haast – hun zuurstof raakt op – zij piekeren er niet over om verder te klimmen en willen afdalen. En trouwens, dit is de top melden ze. Wat te doen? We zijn de eersten die hier boven staan dit seizoen en het laatste stukje maagdelijke topgraat ziet er met corniches (overhangen) en instabiele sneeuw gevaarlijk uit. We schatten dat dit stuk, matig geacclimatiseerd als we zijn, te gevaarlijk is om met z’n tweeën te doen, zonder touw. En eerst een stuk afdalen om het touw los te halen, en opnieuw omhoog klimmen is niet te doen op deze hoogte zonder zuurstof. Het risico is kortom te groot. Dus er resteert niets anders dan afdalen. En daarmee is de voortop van Manaslu, op 8130 meter, voor ons het hoogst haalbare.

Integriteit

Wie schetst onze verbazing als later blijkt dat de klimmers met wie we de voortop deelden, melding maken van het bereiken van de top en uitgebreid in de media komen. We staan paf. Eerst zijn we boos, vooral ook als wij over de mail vragen krijgen als “Hoe kan het dat zij de top wel haalden, en jullie niet?” Tja, wat moet je daar op antwoorden?
Inmiddels ben ik de boosheid voorbij: iedereen moet voor zichzelf uitmaken welke integriteitsnormen hij aanhoudt. Maar wat een eyeopener. Klimmers op hun woord geloven? Ik vraag mij af of dat mogelijk is, er zijn teveel voorbeelden waarin de ‘woorden’ achteraf niet blijken te kloppen met de werkelijkheid. Heel jammer, maar waar. Overigens is de klimsport niet uniek, het is natuurlijk vergelijkbaar met wat er in de rest van de wereld gebeurt op gebied van topsport en daarbuiten.
Natuurlijk, ik ben nog steeds teleurgesteld hoe een en ander achteraf gelopen is. Er zijn natuurlijk wel lessen te trekken uit deze ervaring. En achteraf gezien heeft deze expeditie met 99% resultaat me misschien wel meer gebracht dan dat het resultaat 100% was geweest. En Manaslu blijft een prachtig berg in een geweldig deel van de Himalaya; een voorrecht om te kunnen klimmen op de flanken van de berg van de ziel.”